14 juni 2016

Rendement en Dividendgroei van de Bel20 aandelen (2016 update)

Voor een lange-termijnbelegger is het rendement van een aandeel een bijzonder belangrijk gegeven. De bijdrage van dividenden in de totale return is immers primordiaal, vooral doorheen de economische cycli. Waar aandelenkoersen voortdurend fluctueren en beurshausses afwisselen met correcties en/of crashes, geeft het dividend steeds een positieve bijdrage tot de return. Dividendbetalingen leggen tegelijk ook een ‘psychologische bodem’ bij een terugval van de beurs. 

Het sentiment op de beurs bepaalt in belangrijke mate de gemiddelde koers/winst verhouding. Als beleggers de toekomst rooskleuring inzien, zijn ze bereid om dieper in de buidel te tasten. Koersen stijgen in dit geval veel sneller dan de winsten van de onderliggende bedrijven en de gemiddelde koers/winst verhouding loopt op. De veelgebruikte Engelse term is “multiple expansion”.  
Door een terugval van de beurs daalt de gemiddelde koers/winst verhouding omdat beurskoersen veel harder onderuit gaan dan de gemiddelde bedrijfswinsten.
Een bedrijf dat in goede en kwade dagen doorgaat met het uitbetalen van dividenden aan de aandeelhouders, ziet zich daarvoor beloond als het beursklimaat tegenzit. Deze bedrijven kunnen de vergelijking met andere activa dan best doorstaan. Sedert enkele jaren liggen de betere dividendrendementen zelfs hoger dan wat bedrijfsobligaties doorgaans aan coupon uitbetalen en a fortiori hoger dan de schamele vergoeding die voor staatsobligaties nog gegeven wordt. In een klimaat van negatieve interestvoeten voor de beste debiteurs in de eurozone -zoals we die vorige maand meegemaakt hebben- is elke vergelijking met dividendrendementen dan ook totaal zoek.
Een dividend is een eerste punt maar de continuïteit daarvan is niet minder belangrijk. De vrije kasstroom en nettowinst moeten de houdbaarheid op langere termijn van de uitbetaling van een dividend mogelijk maken. De pay-out ratio wordt gedefinieerd als de fractie van de nettowinst die aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd.
Een verlaagde pay-out in een 'boerenjaar' zorgt voor een infuus van gereserveerde (niet-uitgekeerde) winsten.  Bij minder goede jaarresultaten kan de onderneming de pay-out dan laten toenemen om het dividend op peil te houden. Gereserveerde winsten zijn daarnaast ook een nuttig spaarpotje, dat aangesproken wordt bij het financieren van investeringen. Als de opportuniteiten zich daartoe niet lenen, is het inkopen van eigen aandelen ook een valabel alternatief. Dit laat toe om de winst per aandeel sneller te laten stijgen dan de totale nettowinst. Het ondersteunt op termijn ook de groei van het dividend.
Het verlagen van het dividend ligt voor de hand als de bedrijfsleiding voorziet dat de toekomstige winsten waarschijnlijk niet snel opnieuw het vorige niveau zullen halen. Duikt het bedrijf in de rode cijfers, dan is ook het schrappen van het dividend aan de orde, vooral als het perspectief voor de nabije toekomst onduidelijk is of geen onmiddellijke verbetering laat zien.


Analyse

Welke zijn nu de grote Belgische beursgenoteerde ondernemingen die een acceptabel rendement koppelen aan de continuïteit van dividendbetalingen en bovendien hun dividend in het nabije verleden nooit hebben verlaagd ? 
Een kleine spreadsheet (hier klikken) geeft een antwoord op die vragen.
De dividenden voor de BEL-20 aandelen zijn opgenomen sedert 2007.  De gegevens werden gekopieerd van de website dividendpagina.  Achteraan is aangegeven wat de evolutie is van het dividend op lange termijn . Enkel indien ook in 2007 een dividend werd uitgekeerd, is die parameter berekend. Tot slot werden ook voor een aantal aandelen uit de selectie de dividenden van voorgaande boekjaren (tussen 2000 en 2006) opgezocht. Dat laatste laat toe om na te gaan of de groei van het jaarlijks dividend eveneens duurzaam is. Hebben deze ondernemingen ook tussen 2000 en 2007 hun dividend verhoogd? Was de dividendgroei destijds vergelijkbaar, lager of hoger?
De vergelijking met 2007 ontbreekt voor:
  1. BPost: enkel pro-forma opgenomen, aangezien het beursparcours kort is,
  2. ING heeft pas onlangs (over het voorbije boekjaar 2015) een dividendbetaling hervat
  3. Galapagos heeft nog nooit een dividend uitgekeerd en is dat ook niet meteen van plan
  4. Telenet: eerste dividend vermeld voor boekjaar 2008.
  5. Ontex: de beurs-herintroductie van 2014. Vroegere historische data zijn niet relevant. Dit korte lijntje dient nog in de spreadsheet toegevoegd worden.
De nieuwe Bel-20 componenten blinken in ieder geval niet uit wat het dividendbeleid of de continuiteit daarvan betreft. Galapagos mag dan op basis van zijn vrije beurscapitalisatie en omzet wel geselecteerd zijn, het blijft een biotech groeibedrijf met weinig voorspelbare 'milestone' betalingen als belangrijkste bron van inkomsten. Ook aan ING hebben de beleggers het voorbije decennium weinig vreugde beleefd. De balans is intussen opgepoetst en het eigen vermogen hersteld na de financiële crisis. Ik heb D'Ieteren en Befimmo voorlopig aan boord gehouden in de tabel.

Stock splits 

Niet minder dan vier BEL-20 bedrijven gingen sedert 2007 over tot een aandelensplitsing. Stock splits waren er voor Bekaert, Colruyt, D’Ieteren en Umicore. Dit is uitermate belangrijk, vermits de historische coupons uitgekeerd werden op aandelen vóór de splitsing. Het schijnbare rendement lijkt dan ook zeer hoog. Ik heb ter correctie de historische coupons herrekend naar de huidige aandelen.  Daarnaast was er voor Ageas een aandelen consolidering, waarbij 10 oude aandelen Ageas (ex-Fortis) in één nieuw Ageas aandeel werden omgezet.  De coupon over 2007 van €1.29 voor een oud Fortis aandeel correspondeert dan ook met niet minder dan €12.9 voor een nieuw Ageas aandeel.


De ‘hotlist’

Zeven BEL-20 ondernemingen hebben sedert 2007
  • Nooit een dividend geschrapt
  • Nooit hun dividend verlaagd
  • Keren een hoger dividend uit over boekjaar 2014 dan over boekjaar 2007
Deze hotlist omvat (alfabetisch) Ackermans-Van Haaren, Colruyt, D’Ieteren, Elia, GBL, Solvay, UCB en Umicore. Daarvan haalt Elia met 4.02% het hoogste dividendrendement, terwijl D’Ieteren over de beschouwde periode het dividend meest liet stijgen. Het lage dividendrendement voor AVH en UCB is veeleer het gevolg van de gestegen beurskoers dan van een krenterig dividendbeleid.

Een niet onbelangrijke component van hoge dividendgroei bij D’Ieteren is de éénmalige significante toename na de splitsing in 10 van het aandeel. De nieuwe aandelen kregen over boekjaar 2011 meteen een coupon van €0.80 : bijna een verdubbeling en een bedrag dat sedertdien ongewijzigd gebleven is.  Met de hoge winst over boekjaar 2011 was dat dividend best betaalbaar, maar de recente resultaten waren minder rooskleurig.  D’Ieteren kijkt vol vertrouwen naar de toekomst, want er komt geen vermindering van het dividend.

AB-Inbev heeft, door de massale claimemissie na de overname van Anheuser-Busch, in 2008 behoorlijk het mes gezet in het dividend.  Het duurde tot vandaag vooraleer het vroegere niveau voor het eerst opnieuw overschreden werd.  Indien we over enkele jaren de spons vegen over 2007 wordt AB-Inbev de volgende deliberatiekandidaat. Als we anderzijds teruggaan tot 2000, merken we onmiddellijk dat AB-Inbev (destijds nog Interbrew) over de lange termijn een meer dan behoorlijk groeiparcours kan voorleggen, niet alleen inzale omzetvolume, maar ook wat de winst en het dividend per aandeel betreft. De uitkering over 2007 was bovendien uitzonderlijk hoog, zodat de vergelijking met dit jaar niet representatief is.

De tweede divisie


Bekaert en Delhaize hebben sedert 2007 nooit een dividend geschrapt maar wel verminderd. Bij Delhaize is het dividend over 2014 inmiddels al hoger dan dat over 2007.  Voor Bekaert ligt het nog enkele procenten lager dan destijds.


De ‘rendementswaarden’

Klassieke ‘rendementswaarden’ als Belgacom (inmiddels al herdoopt tot Proximus) of de GVV’s Befimmo en Cofinimmo zijn het slachtoffer van hun hoge pay-out.  Ook Engie hoort in dat rijtje thuis, maar door de dubbele RV wordt het hoge bruto rendement danig gekortwiekt. Als bijna alle winst uitgekeerd wordt, moet in een minder goed jaar het dividend eraan geloven.

Aandeelhouders van GVV’s moeten zich daarbij ook de bedenking maken dat het financieren van de groei door een politiek van kapitaalverhogingen doorheen complete conjuncturele cycli meestal leidt tot een winstverwatering.

De vier rendementswaarden dienden sinds 2007 het dividend beduidend te verlagen. Het is erg onzeker of het vroegere dividend op middellange termijn nog opnieuw haalbaar is.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten